Blauwe plek: altijd ‘aan’ staan en jezelf niet los kunnen laten

Wanneer er in je kindertijd weinig ruimte was voor spel en spontaniteit, leer je jezelf in te houden. Zowel negatieve als positieve emoties werden afgeremd, waardoor je gevoelens vaak vast kwamen te zitten en je voortdurend onder spanning stond. Stel je kleine Milan voor: hij komt juichend binnen omdat hij een mooie tekening heeft gemaakt, maar hoort meteen: “Doe wat rustiger, straks maak je weer rommel.” Of wanneer hij verdrietig huilt, krijgt hij te horen dat hij “niet zo moet overdrijven.” Zo leert hij dat te veel blijheid én te veel verdriet allebei te veel zijn, en dat hij beter kan dimmen wat er in hem leeft.

Het gemis hierbij is de behoefte aan zorgeloos plezier en het gevoel dat regels niet altijd streng of beklemmend hoeven te zijn. De stille wens blijft: kwetsbaar mogen zijn zonder bang te zijn voor straf of afkeuring, verbinding voelen zonder (zelf)opgelegde eisen, en ervaren dat je gewoon goed genoeg bent zoals je bent. Wanneer dit niet wordt vervuld, kunnen er blauwe plekjes ontstaan zoals emotionele geremdheid en het stellen van torenhoge eisen aan jezelf. Van buiten lijkt dat misschien sterk en beheerst, maar van binnen kan het voelen alsof er weinig lucht is om vrijuit te ademen.