De buitenkant: de overlevingsstrategieën
Wat we vaak “coping” noemen, zijn eigenlijk de automatische neigingen die we ontwikkelen om met pijnlijke ervaringen om te gaan. Het zijn overlevingsstrategieën die ons als kind hielpen om onszelf te beschermen. Wanneer je je niet gezien voelde, je eenzaam was of zelfs onveilig, zocht je een manier om toch verder te kunnen. Dat deed je niet bewust, maar je lichaam en je geest vonden zelf een weg.
Doorheen de tijd zijn daar verschillende patronen uit gegroeid. Je zou kunnen zeggen dat we meestal drie soorten neigingen zien:
- Soms geef je je helemaal over aan je gevoel. Je past je aan aan anderen, in de hoop dat je erbij mag horen of dat er rust komt.
→ Bijvoorbeeld: je zegt steeds “ja” op vragen, ook al wil je eigenlijk liever “nee” zeggen.
- Soms vermijd je je gevoel. Je trekt je terug, isoleert jezelf of probeert alles weg te duwen wat te zwaar voelt.
→ Bijvoorbeeld: je doet alsof er niets aan de hand is en verstopt je met je telefoon of series, terwijl je vanbinnen verdrietig bent.
- Soms draai je je gevoel om. Je probeert controle te krijgen over de situatie, zodat je je minder kwetsbaar voelt.
→ Bijvoorbeeld: je neemt het voortouw in een groep, bepaalt wat er moet gebeuren en houdt alles strak in de hand, omdat loslaten te spannend voelt.
Geen van deze reacties is fout, het zijn manieren die je hielpen om te overleven en verder te gaan. In een volgende les (les 9) kijken we dieper naar deze strategieën en wat ze vandaag nog met je doen.

